|

|
|
Kunstrijden is naast het hardrijden één van de
historische basisvormen van het schaatsenrijden. Het sierlijk bewegen op het ijs
is uitgegroeid tot topsport waarbij alle vormen van dans en bewegen op muziek
tot in de perfectie worden uitgevoerd. Het kunstrijden kent verschillende
verschijningsvormen. Naast het solo-rijden waarbij de deelnemers alleen hun kür
rijden en het paarrijden kennen we ook het IJsdansen. De nieuwste
verschijningsvorm van het kunstrijden is het synchroonschaatsen, hetgeen een
bijzonder spectaculair onderdeel van het kunstrijden is. Hierbij beweegt een
grote groep kunstrijders/sters zich als een ballet over het ijs. Ze worden
hierbij niet alleen beoordeeld op hun individuele kwaliteiten van kunstrijden
maar ook op de wijze waarop de hele groep zich als één geheel manifesteert.
|
| |
|
Voorbeelden van
sprongen
In het kunstrijden
bestaan de bewegingen op het ijs uit allerlei passen, elementen en
sprongen. De meeste sprongen worden tegenwoordig door de wereldtop
drie-voudig uitgevoerd. De belangrijkste sprongen worden hieronder
weergegeven. Je hebt de zogenaamde "Toe jumps" en de "Edge jumps".Dat
betekent dat je bij de "Toe jumps" je ene voet in het ijs mag prikken om
gemakkelijker in de lucht te komen. Dit zijn de Cherryflip, Flip en Lutz. Bij de "Edge jumps" spring je van de
linker of rechter kant van je schaats weg. Dit zijn de Salchov,
Rittberger en Axel. |
|
Cherryflip
Dit is de makkelijkste sprong
en wordt dan ook vaak gebruikt in combinaties. De schaatser glijdt
achteruit op de buitenkant van zijn rechterschaats, hij prikt de
linkerschaats in het ijs en draait naar links. Hij wordt ook wel Spot of
Toeloop genoemd. |
|
|
Flip
De Flip is
de tweede makkelijkste sprong en lijkt erg op de cherryflip. Het enige
verschil tussen deze twee is dat je bij de Flip achter-waarts glijdt op
je linkervoet, je rechterschaats in het ijs prikt en naar links draait.
|
|
|
Lutz
De Lutz lijkt erg op de
Flip. Ook bij de Lutz gebruikt de schaatser zijn rechtervoet om in het
ijs te prikken. Alleen spring je vanaf de buitenkant van de linkervoet.
Vooral de Amerikaanse dames hebben hier moeite mee, zij wisselen op het
laatste moment van de buiten naar de binnenkant, genoemd Flutz. |
 |
|
Salchov
De
Salchov is genoemd naar de Zweed Ulrich Salchov die deze sprong
introduceerde rond 1900. De schaatser springt weg vanaf de linker
achterkant van zijn linkervoet, gooit zijn rechterbeen op en draait,
tegen de klok in, naar links. De Salchov is de makkelijkste sprong van
de "Edge jumps". |
 |
|
Rittberger
De Rittberger wordt ook wel
Loop genoemd en is een van de moeilijkste sprongen. De Rittberger kun je
goed herkennen omdat de schaatser begint naar achteren te glijden op 2
voeten met de linkervoet gekruist voor de rechter. Dan springt de
schaatser weg vanaf de rechtervoet, achterwaarts buitenwaarts. Hij houdt
zijn voeten hierbij gekruist en draait dan naar links. Deze sprong is
bedacht door de Duitser Werner Rittberger die maar liefst elf keer Duits
kampioen werd. Helaas wilde het voor hem op de EK of WK nooit zo lukken. |
 |
|
Axel
De Axel is de moeilijkste
van alle sprongen omdat hij als enige van de voorkant wordt
afgesprongen. De schaatser moet wel aan de achterkant landen en moet dus
een halve draai meer meken om goed uit te komen. Als je een 3-voudige
Axel springt draai je dus 3 en een half rondje in de lucht. De schaatser
springt weg van de linkervoet en leunt op de voorkant, buitenkant.
|
 |
|
Alle
schaatsers doen, om extra punten te krijgen, combinatie sprongen.
Bijvoorbeeld de historische 4-Cherryflip, 3-Cherryflip, 3-Rietberger van
Evgeni Plushenko bij de Russische Nationale Kampioenschappen in 2003. De
beste vrouwen doen in hun lange kûr al 3-3-2 combo's. Bij het paarijden
zijn er naast de synchrone sprongen naast elkaar ook de geworpen
sprongen waarbij de man zijn partner als het ware de lucht inslingerd.
Zeer beroemd is hierbij de 3 voudige geworpen sprong van Shue Shen en
Hong Bou Zhou tijdens het WK 2004 die zo hoog ging dat Shue Shen boven
de borden langs de baan uitkwam. De 16-jarige Miki Ando heeft als enige
vrouw ooit een viervoudige Salchov gedaan. Behalve sprongen doen de
mannen en vrouwen allerlei soorten pirouettes zoals de zitpirouette
waarbij de schaatser op 1 gebogen been zit, het andere uitstrekt en
verschillende houdingen aanneemt. Bijzonder mooi en goed zijn de
pirouettes van de Zwitserse wereldkampioen Stephane Lambiel. En wie kent
de Bielmannpirouettes van Irina Slutskaya niet? |
Paarrijden
Ook bij het
paarrijden worden er gezamelijke pirouettes gedaan en natuurlijk
allerlei soorten liften waarbij de vrouw door haar partner boven zijn
hoofd wordt getild. Dat is niet zonder gevaar. Vorig jaar aan het begin
van het seizoen hadden Tatiana Totmianina en Maxim Marinnin een ongeluk
met zo'n lift waarbij Tatiana een zware hersenschudding opliep |
IJsdansen
De ijsdansers doen inplaats van sprongen twizzels. Ze draaien synchroon
op 1 been rondjes. Ook hier wordt de vrouw gelift maar de man mag met
zijn armen niet boven z'n eigen schouders uitkomen. Beroemd is de lift
van de Franse ijsdansers Marina Anisinna en Gwendal Petzeirat waarbij
Marina Gwendal optilde. |
|
|